Lexicon > Definities

Definities betreffende telefonie voor bedrijven

ADSL (Asymmetric Digital Subscriber Line)
Techniek die een digitale verbinding van punt tot punt mogelijk maakt, over een koperpaar, met hoog debiet (tot 8 Mbits bij ontvangst en 640 Kbits bij verzenden). Deze technologie laat toe te telefoneren en intussen met het internet te zijn verbonden. De maximale afstand tussen de abonnee en de lokale centrale moet kleiner zijn dan 5 km.

 

AOCD / AOCE
Aanduiding van de gesprekskosten tijdens en aan het einde van een gesprek. De gebruiker wordt ingelicht over de kosten tijdens en na het gesprek.

 

BIPT
Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie.

 

Bluetooth
Systeem dat steunt op de radiotechniek voor korte afstanden om een draadloze verbinding te maken tussen mobiele telefoons, draagbare pc's, zakcomputers en andere mobiele randapparaten. Bluetooth is over heel de wereld bruikbaar, kan tot 8 toestellen tegelijk met elkaar verbinden en verzendt spraak en data van het ene toestel naar het andere over een afstand van 10 meter.

 

bps (bits per seconde)
Eenheid waarin het debiet van een transmissie wordt gemeten (via een modem, een gehuurde lijn, enz.)

 

B-kanaal
In circuit-mode geschakeld kanaal. Zowel in de basisaansluiting als op de primaire aansluiting is de capaciteit 64 kbit/s. De basisaansluiting heeft 2 B-kanalen, en de primaire aansluiting 30.

 

CLIP / CLIR
Toestemming/verbod tot het weergeven van het oproepend nummer. Deze speciale dienst laat de oproeper toe de identiteit van zijn aansluiting door te geven of dat juist te beletten.

 

COLP / COLR
Toestemming/Verbod tot het weergeven van het opgeroepen nummer bij de oproeper. Deze speciale dienst laat de oproeper toe de verspreiding van het nummer van zijn aansluiting toe te laten of te beletten.


DDI (rechtstreekse inkiezing ISDN)
Privé-telefooncentrales hebben de mogelijkheid aan elk binnentoestel een nummer toe te kennen. Om een rechtstreekse verbinding te maken met deze toestellen vormt men normaal gezien het nummer van de privé-centrale (6 cijfers) en daarna het nummer van het binnentoestel. Op deze manier moet de oproeper niet werken via het operatortoestel.

 

DECT (Digital European Cordless Telephone)
Techniek die aan draagbare draadloze telefoons de laatste mogelijkheden biedt inzake digitalisatie en compressie van de gegevens.

 

D-kanaal
Kanaal, voorbehouden voor signalisatie (opbouwen en verbreken van verbindingen, identificatie oproeper, bijkomende diensten, mini-boodschappen…) dat ook transmissie toelaat van gegevens in pakketten.

 

DSL - xDSL
Technologie die een verbinding met hoog debiet toelaat van punt-tot-punt over een koperpaar (telefoonlijn). Laat toe een zelfde telefoonlijn te gebruiken voor spraak en gegevenstransmissie (men kan telefoneren tijdens de internetconnectie). Voor de datatransmissie ontstaan grote debieten die asymmetrisch (ADSL/VDSL) of symmetrisch kunnen zijn (SDSL of SHDSL).

 

ECO DECT

ECO DECT bespaart energie
Met zijn zuinige netadapter gebruikt de draadloze GIGASET-telefoons tot wel 60% minder energie dan onze conventionele draadloze telefoons. Dat is beter voor het milieu én uw portemonnee. Net als alle andere draadloze GIGASET-telefoons vermindert dit model variabel het zendvermogen tussen handset en basisstation naarmate het toestel zich dichter bij het basisstation bevindt. Door de functie ECO-modus van dit toestel in te schakelen, kunt u het zendvermogen van het basisstation verminderen met 80%. Als het toestel op het basisstation staat, wordt het zendvermogen van de handset en het basisstation tot bijna nul teruggebracht. Op deze manier bent u dankzij de ECO DECT-technologie van de GIGASET op een energiezuinige manier verbonden met de rest van de wereld.


Gedetailleerde factuur
Lijst van gesprekken met het opgeroepen nummer. Elk gesprek wordt beschreven met het gekozen nummer, de duur, datum en uur van het einde van de oproep.

 

GPRS (Global Packet Radio Services)
Draadloze technologie over korte afstand die toelaat informatie over te zenden in pakketten, net zoals over het internet. Het debiet kan oplopen tot 115 kbps.


Hand-over
In deze methode zorgt een net van DECT -antennes ervoor dat gesprekken met een mobiel DECT -toestel onderweg niet worden onderbroken.

 

ISDN (Integrated Services Digital Network)
Telecommunicatienetwerk dat het transport toelaat van digitale gegevens van punt tot punt, en meerdere diensten en ondersteuning toelaat.

 

ISO (International Standard Organisation)
Internationale normalisatie-organisatie.


LAN (Local Area Network)

 

LCR (Least-Cost Routing)


Makelaarsoproep
Mogelijkheid een oproeper met een andere correspondent te verbinden.

 

MMC (Mitel Mobile Client)
Mitel-Mobile Client verandert uw smartphone in een SIP-toestel dat volledig tot MiVoice Office 400-platform wordt gestuurd.

 

Modem (modulator/demodulator)
Toestel dat het moduleren en demoduleren van een signaal mogelijk maakt, gebruikt voor een tijdelijke verbinding met het internet of tussen twee computers.

 

MSN (Multiple Subscriber Number)
Dit complement aan de ISDN-dienst laat toe het gewenste toestel rechtstreeks te bereiken, zonder via de operator te gaan. Elke terminal bezit een telefoonnummer van 6 gewone cijfers.

 

NT (Network Terminal)
Dit toestel zorgt voor de transmissiefuncties, de voeding en het beheer van een basistoegang. Het biedt alleen numerieke toegang, het is te zeggen alleen ISDN-toestellen kunnen er worden op aangesloten.


PABX (Private Automatic Branch Exchange)
Privé- bedrijfscentrale.

 

PoE (Power over Ethernet)
 

PRA (Primaire aansluiting)
Deze spraak- of data-aansluiting komt overeen met een telefoonaansluiting van 2 Mbit/s. Net zoals deze laatste biedt ze 30 gesprekskanalen (30 B-kanalen), maar het zijn digitale kanalen van elk 64 kbit/s, wat neerkomt op een totale capaciteit van 1920 kbit/s.

 

Roaming
Mogelijkheid voor een abonnee van ene mobiele operator om te bellen en te worden opgebeld in een groot aantal landen, en, gebruik makend van zijn SIM-kaart, te worden gefactureerd door zijn operator. Dit is mogelijk geworden via de "roaming-akkoorden" tussen de verschillende operatoren.

 

RTC
Uit het Frans: "Réseau Téléphonique Commuté". Geheel van functionele eenheden van een telefoonverbinding tussen twee telefoontoestellen.


Signaal tweede oproep
De dienst 'signaal tweede oproep' laat toe u via een geluidssignaal te verwittigen dat een andere oproeper u tracht te bereiken, terwijl u al in gesprek bent.

 

SIM (Subscriber Identification Module)
SIM-kaart: elektronische kaart binnen een mobiele telefoon, waarmee de gebruiker wordt geïdentificeerd. Deze kaart is eigendom van de gebruiker.

 

SIP-operator
Een SIP-operator voert u gesprekken via hogedebietlijnen (DSL) van en naar uw VoIP-telefooncentrale door.

 

SO-bus
Plaatselijk ISDN-net, dat toelaat 4 terminals en 4 bijkomende toestellen aan te sluiten indien deze laatste lokaal worden gevoed. Verschillende soorten apparaten (bijvoorbeeld telefoons, faxen, microcomputers…) kunnen op een zelfde bus worden aangesloten.

 

Softphone-oplossing
Een softphone-oplossing is software waarmee u rechtstreeks vanaf uw computer kunt telefoneren

 

TA (Terminal Adapter)
Verzekert de aanpassing tussen niet-ISDN terminals (analoge toestellen, X21, X25) en de S0-bus van de ISDN-basisaansluiting zodat gesprekken en transmissie onderling mogelijk worden.

 

TAPI (Telephony Application Programming Interface)
Dit protocol behoort tot microsoft.

 

UMTS (Universal Mobile Telecommunications System)
Nieuwe generatie (3G) van mobiele digitale telefoons, met multimedia-functies die naast het doorzenden van spraak ook toelaat andere soorten informatie over te dragen tegen hoge snelheid (in theorie tot 2 Mbps, in werkelijkheid 64 tot 384 kbit/s).


VoIP (Voice Over Internet Protocol)

 

VPN (Virtual Private Network)

 

WAN (Wide Area Network)

 

WAP (Wireless Application Protocol)
Communicatieprotocol voor mobiele telefoons (GSM) naar het Internet.

More Hoe moet men zijn telefooncentrale verhuizen?

BELGIUM TELECOM stelt u enkele professionele adviezen voor, zodat alles voor het best gebeurt.